Budgettip: goedkoop op safari

Als gepassioneerd safarist, liefhebber van exotische dieren (in levende toestand) en bewonderaar van ‘the circle of life’ kan ik een safari warm aanbevelen. Enige probleem: de prijs. Het is achterlijk duur om op safari te vertrekken, en al zeker als je graag naar Botswana – dé ultieme safaribestemming – wil. Gelukkig heeft tafkatet (the artist formerly known as the.ego.tripper) een budgetvriendelijk alternatief: Sri Lanka. En specifieker: het Udawalawe National Park.

V

oor heel wat mensen blijft een safari een absolute droom. De Afrikaanse variant – in Zuid-Afrika, Zimbabwe, Kenia, Tanzania, Zambia of Botswana (niet geheel toevallig in prijsvolgorde van net niet peperduur naar ‘zelfs-al-verkoop-ik-twee-nieren-dan-nog-kan-ik-dit-niet-betalen’-duur) – kost al snel een arm en een been en is dus helaas voor velen onhaalbaar. Hoewel je je zou kunnen afvragen of je echt twee armen en twee benen nodig hebt, na je eerste safari-ervaring.

Afijn, gelukkig zijn er ook goedkopere safari-opties. En Sri Lanka is één van die leveranciers van goedkopere safari-opties. Het druppelvormige eiland onder India is altijd al de thuisbasis geweest van tienduizenden olifanten. En het moet gezegd: wie specifiek op zoek is naar olifanten, spot ze hier makkelijker dan in Afrika. Vooral dan in het Udawalawe National Park, in het zuiden van het land. Let wel: het gaat uiteraard om Aziatische olifanten die een stuk kleiner zijn dan hun Afrikaanse soortgenoten.

In vergelijking met een park als de Serengeti is Udawalawe piepklein. Maar het huisvest wel meer dan 600 olifanten, een hoop krokodillen en buffels, heel wat exotische en bijzonder kleurrijke vogels, herten, apen en zelfs enkele luipaarden die zo goed als onmogelijk te spotten zijn. Het park ligt in een droog gebied, met veel lage struiken en dode bomen. Prachtige landschappen zijn het niet, of toch niet in het droogseizoen, maar er valt wel bijzonder makkelijk wildlife te spotten. En daar gaat het toch om op safari. Die safari kan in Udawalawe enkel met een 4WD, een open terreinwagen voor een achttal personen. De entreeprijs bedraagt slechts 15 USD – 14 euro dus. De prijs van een rondje door het park varieert naargelang het aantal toeristen in één jeep. Wil je alles lekker intiem houden, dan heb je voor een euro of 100 wel een safariwagen, een chauffeur en een gids voor jou en je partner alleen (halve dag, dus van 6 tot 9 ’s morgens of van 3 tot 6 ’s middags). Maakt het je weinig uit om de jeep te delen, dan beleef je voor 30 euro de beste budgetsafari van je leven.

Nog een safaritip: neem een flinke lens mee op safari. Met minder dan 200mm kom je op safari vaak niet zo ver. In Udawalawe valt dat nog enigszins mee omdat je echt heel dicht bij de olifanten kunt komen, maar een flinke zoom blijft toch handig.

Getest: thalassotherapie in Saint-Malo

Een zweetdruppel rolt over mijn gezicht en duikt mijn linkeroorschelp in. Ik schud hevig met mijn hoofd. Tering Jantje*, dat jeukt. Maar er is niemand in de buurt om mijn jeuk te verlichten en zelf ben ik hulpeloos. Een Franse vrouw heeft me namelijk net volledig ingesmeerd met een donkere algenpuree en in een plastiekje gerold. Ik zweet, ik stink naar zeewier en lig erbij als een gigantisch stuk sushi. De geneugten van thalassotherapie!
*net geleerd van mijn Nederlandse collega’s, waarvoor dank!

H

et is vrijdagochtend en de auto is volgetankt voor een rit van zo’n zesenhalf uur naar Saint-Malo, een bekend stadje in Bretagne met een oude stadsmuur en een dramatisch uitzicht op de Atlantische Oceaan. Een fraaie rit is het niet. Het door flitspalen geïnfecteerde noorden van Frankrijk wordt pas interessant wanneer plots de ‘Pont de Normandie’ – de befaamde tuibrug over de Seine in Le Havre – voor je opduikt en je even later de Mont Saint-Michel in de verte spot. Ergens halfweg, bij Caen, worden we (mijn vrouw en ik) op de koop toe aangereden door een jonge Franse brokkenpiloot. Sacréblue! Maar we laten het de voorpret niet bederven. Straks komen we aan in het Grand Hôtel des Thermes, een majestueus vijfsterrenhotel aan het strand van Saint-Malo met een in thalassotherapie gespecialiseerde spa. Ik heb zelf geen idee wat thalasso is, maar het heeft volgens mijn vrouw iets met zeewater en ‘bien-être’ te maken. Ik beeld me massages met etherische oliën in, waarna ik zo stoned als een garnaal van de dampen in bed ga liggen voor een schoonheidsslaapje van pakweg 72 uur.

33 - F. Pernisco

Eenmaal aangekomen in Grand Hôtel des Thermes gaan we op verkenning. Niet in het hotel zelf, dat er heerlijk klassiek en semistijlvol uitziet (hoewel de kamer zelf helaas geen vijf sterren schreeuwt, ondanks het werkelijk uitstekende bed), maar wel in Saint-Malo dat met het oude stadsdeel Intra-Muros een ommuurde stad heeft die – net als Dubrovnik bijvoorbeeld – heel veel toeristen aantrekt. De architectuur, ook die buiten Intra-Muros, doet me ietwat Engels aan. De nabijheid van Groot-Brittannië zal daar vast iets mee te maken hebben. Net als het feit dat 70 procent van de stad na Wereldoorlog II opnieuw opgebouwd moest worden en het soms dus zoeken is naar authentieke elementen. Met de sfeer in de oude stad zit het alleszins uitstekend. Intra-Muros telt op een kleine oppervlakte honderden restaurants, cafés, shops, crèmeries en kouign-amman-winkeltjes (voor de foodies: kouign-amman is de Bretonse specialiteit bij uitstek).

Jeugdigheid opzuigen

Na een verkwikkende nachtrust en een ontbijt met poedereieren en nepfruit (mijn grootste ontbijtergernissen: roereieren gemaakt van poeder en fruit op sterk water. Hoe moeilijk is het om dit vers te maken in een vijfsterrenhotel?) trek ik mijn zwembroek, badjas en slippers aan en vertrek naar de spa. De ‘Thermes Marins de Saint-Malo’ bestaan uit 5.000 vierkante meter aan wellnessruimte, 80 kamers voor individuele hydrotherapie en fysiotherapie, 16 cabines voor de spa en zes zoutwaterzwembaden. Omdat ik mij pas om half twee moet aanmelden voor mijn ‘behandeling’, duik ik eerst nog een paar uur de Aquatonic in, een gloednieuw zwembad met vijftien verschillende delen en 194 onderwaterstralen om het lichaam van kop tot teen te masseren. Met mijn leeftijd van 35 behoor ik overduidelijk tot de jongste generatie thermenbezoekers. Ik heb het idee dat ik jaloers word aangekeken door de aanwezige oldtimers, die me er misschien van beschuldigen al de jeugdigheid uit het zeewaterbad op te zuigen. Ik laat het niet aan mijn hart komen, na een halfuur waterplezier zien ook mijn vingertoppen eruit als de gemiddelde bezoeker hier.

Dan wandel ik terug naar het onthaal om mijn behandelschema op te halen. Tot mijn verbazing staan er op drie uur tijd vier behandelingen op het programma: douche sous-marine, piscine kinébalnéo, modelage sous affusions en ondorelax. Ik had gedacht er na een halfuurtje wellness weer vanaf te zijn (ik ben nooit echt een enorme fan van massages en dergelijke geweest), maar zo werkt thalassotherapie duidelijk niet. Na mijn eerste fase, waarbij ik in een warm bad ga liggen en met een straal gemasseerd wordt door een vrouw met een schort, word ik opgeroepen om mee te doen aan de ‘kinébalnéo’. Samen met twee oude knarren en vier verschrompelde besjes duik ik een zwembad in voor een rondje aquagym, waarbij er door mijn collega-sporters heftig gepuft en gezwoegd wordt om de knieën naar de borst te brengen en dan te strekken. Aquagym is natuurlijk geen competitie, maar ik ben overduidelijk de beste!

Eerst word ik ingesmeerd met een puree van zeewier, waarna de zeewiervrouw me oprolt in een plastieken velletje. Ik lig erbij als een stinkende sushirol. Na tien minuten in die rol wordt het ook bijzonder warm onder al die algenprut. Ik heb er al snel genoeg van, maar bewegen kan ik niet en schreeuwen heeft geen zin. Ik laat het over me heen komen en denk al aan het resultaat: een blinkende huid en nooit meer reuma!

Na een pauze van een half uur – even bekomen van al die actie – word ik onder handen genomen door een vrolijk mannetje dat me met een welriekend sausje insmeert en me masseert. “Jonge mensen? Nee, die vind je hier maar weinig. De meeste mensen komen omdat ze last hebben van spier- en gewrichtspijnen. Of omdat ze revalideren. Maar natuurlijk zijn er ook wel dertigers en veertigers. Die doen dan misschien niet aan aquagym, maar kiezen eerder voor een algenbehandeling, een massage of voor de Aquatonic.” Na een laatste behandeling, alweer een massage door waterstralen, zit dag 1 van onze thalassotherapie erop. Een chique diner (het hotel heeft twee uitstekende restaurants), een wandeling over de dijk en een foto van de ondergaande zon later, vallen we uitgeput en volledig ontspannen in slaap.

DE2_6387

DE2_6441

Dag twee van de therapie heeft het volgende voor ons in petto: bain jets (weer waterstralen dus), piscine dynamique (weer aquagym dus), biocéalgues (de algentherapie) en drainage marin (waarbij iemand je afspoelt met zeewater). Alweer scoor ik bij de aquagymleraar goede punten omdat ik alle oefeningen kan. In het zeewiergedeelte ben ik minder goed. Eerst word ik ingesmeerd met een puree van zeewier, waarna de zeewiervrouw me oprolt in een plastieken velletje. Ik lig erbij als een stinkende sushirol. Na tien minuten in die rol wordt het ook bijzonder warm onder al die algenprut. Ik heb er al snel genoeg van, maar bewegen kan ik niet en schreeuwen heeft geen zin. Ik laat het over me heen komen en denk al aan het resultaat: een blinkende huid en nooit meer reuma!

Na de vier behandelingen van dag twee hang ik de badjas aan de haak en heb ik even genoeg van zoutwater. Ik voel me wel uiterst ontspannen, het resultaat van een geslaagde thalassotherapie. Om het weekend in stijl af te sluiten, wandel ik nog één keer naar Intra-Muros, net op tijd voor de zonsondergang. De zon zakt in het zeewater. Typisch thalasso.

DE2_6457


Een kamer in het Grand Hôtel des Thermes boek je al vanaf 145 euro per nacht (toegang tot het Aquatonic-gedeelte inbegrepen).

Fotograaf vs. Gorilla

Agashya spert zijn ogen wijd open, kijkt me vernietigend aan, staat recht en klopt een aantal keer op zijn borst. Het is mijn eigen schuld. Tegen het advies van de gids in maakte ik oogcontact met het alfamannetje. “Reageer onderdanig”, fluistert gids Janvier vanop een afstandje. Makkelijker gezegd dan gedaan. Ik ben tijdelijk betoverd door de majestueuze zilverrug. Maar dan brult hij naar me en is de betovering vlug verbroken. Ik kijk weg, maak mezelf klein en stoot de lucht uit mijn longen, net zoals ik een uurtje eerder leerde. Agashya kalmeert. Net als de gids. En net als ik…

“H

et is zo’n moment dat je leven verandert”, lacht één van de gasten van de Sabyinyo Silverback Lodge. De Amerikaan is hier met zijn hele gezin en g………

Ach, natuurlijk hebben jullie geen zin in een belachelijk lang verhaal over mijn ontmoeting met een familie gorilla’s. Mijn fout. Jullie willen gewoon weten hoeveel het kost en of dat de moeite waard was, nietwaar? Het antwoord is simpel: 1.500 USD (verdubbeld in mei overigens, toen ik er was, was de prijs 750 USD) en ja. Het was – en nu word ik even heel serieus – één van mijn mooiste reiservaringen ooit. Ik laat mijn fototoestel even het woord voeren:

Fotoreeks: het einde van de wereld

In het uiterste zuiden van Zuid-Amerika – in Vuurland om precies te zijn – dobbert van eind september tot begin april de M/V Stella Australis rond tussen gletsjers en fjorden. Hoogtepunt van de vierdaagse cruise tussen Punta Arenas (Chili) en Ushuaia (Argentinië) is Kaap Hoorn, het meest zuidelijke punt van het continent en terecht ‘het einde van de wereld’ genoemd. 

“W

elkom op Kaap Hoorn”, bromt de officier van de Chileense marine terwijl hij mij – en de 150 andere cruiseshippassagiers na mij – plichtsbewust en in vol ornaat de hand schudt. De M/V Stella Australis is een dik uur eerder tot stilstand gekomen in de ruwe zee voor de kust van het legendarische eiland, waar de Atlantische en de Stille Oceaan elkaar als dronken zeebonken begroeten. Als enige journalist aan boord mag ik met de eerste zodiac van de dag mee om voet aan wal te zetten op Kaap Hoorn, voor de meeste opvarenden het absolute hoogtepunt van de vierdaagse cruise door Tierra del Fuego. Een fotoverslag.

Op weg naar de Tucker Islands, de thuisbasis van honderden pinguïns.
Ainsworth Bay.
Kaap Hoorn, het einde van de wereld.
Ainsworth Bay.
Kaap Hoorn, met in de verte het kunstwerk (weliswaar op de verkeerde kaap)
Het kapelletje op Kaap Hoorn. Bidden voor beter weer!
Het kunstwerk op Kaap Hoorn, het einde van de bedevaartstocht.
De ‘landing’ op Ainsworth Bay.
Zicht op de Pia Glacier.
Wulaia Bay, mijn favoriete halte.

Wulaia Bay.

Zicht vanop Ainsworth Bay, in de verte ligt de Marinelligletsjer.
De M/V Australis.
Met de zodiac rond de Tucker Islands.
Magelhaenpinguïns, de kleinere en ietwat lelijkere broertjes van de Keizer- en Koningspinguïns.
Op weg naar Pia Glacier


Zelf gaan?

De M/V Stella Australis vaart van eind september tot begin april elke week tussen Punta Arenas (Chili) en Ushuaia (Argentinië). Prijzen per persoon vanaf 1.440 Amerikaanse dollar, omgerekend zo’n 1.300 euro. De cruisemaatschappij Australis biedt vier routes aan tussen de twee steden. Onze route heet de ‘Fjords of Tierra del Fuego’ en neemt vier nachten, vijf dagen in beslag. Punta Arenas bereik je via een binnenlandse vlucht in Chili vanuit hoofdstad Santiago de Chile. Reken op een vluchtduur van een dikke drie uur. Vanuit Europa vliegt Air France vanuit Parijs rechtstreeks op de Chileense hoofdstad (vluchtduur: veertien uur). Terugvliegen kan van Ushuaia via Buenos Aires naar Parijs of Amsterdam.

Dwars door Death Valley

Anderhalf uur. Zo lang duurt het om het Death Valley National Park te doorkruisen via Highway 190. Van Panamint Springs in het westen tot Highway 217 in het oosten, langs dorpjes als Stovepipe Wells en Furnace Creek. Over flinke bergtoppen langs gigantische zandduinen tot het laagste, heetste en droogste punt in Noord-Amerika. Anderhalf uur. Zonde om er in één ruk door te rijden…

V

oor heel wat Europese toeristen is Death Valley een onmisbaar onderdeel op weg naar of op terugweg van Las Vegas. Onmisbaar, omdat je er gewoonweg niet omheen kunt als je van Yosemite of Sequoia komt, of die richting uit wil. Gelukkig is Death Valley een onwaarschijnlijk interessant park, al moet je je wellicht even over de droogte, de hitte en de desolaatheid heen zetten. Vooral de hitte is in de zomermaanden problematisch met temperaturen die vlotjes richting 50 graden Celsius gaan. Maar ga je voor juni of na september, dan word je getrakteerd op enkele onvergetelijke ervaringen. Dit zijn de favorieten van de Consul:

Badwater

Met een ‘hoogte’ van 85,5 meter onder de zeespiegel is dit het laagste punt van heel Noord-Amerika. Badwater is een gigantisch bassin, gedeeltelijk gevuld met een laagje slecht water (‘bad water’ dus). De immense zoutvlakte zorgt wel voor bijzonder mooie plaatjes.

Mesquite Flat Sand Dunes

Op een paar kilometer van het dorpje Stovepipe Wells liggen de bekende zandduinen van Death Valley. Slechts 1 procent van het hele national park is bedekt met zandduinen. In de vroege lente of late herfst valt hier uitstekend te hiken. De hoogste duinen zijn ongeveer 30 meter hoog.

Stovepipe Wells

Eén van de weinige dorpjes in het bijna 8.000 vierkante kilometer grote park (ter vergelijking: de oppervlakte van heel Vlaanderen is 13.500 km2). Stovepipe Wells is de thuisbasis van het Stovepipe Wells Hotel, dat naast een zwembad ook een saloon, restaurant, een tankstation en een winkeltje heeft. Overnachtingen zijn er niet goedkoop, maar dat geldt ook voor de hotelmogelijkheden in Furnace Creek.

Zabriskie Point

Het eerste hoogtepunt (en unieke uitzicht) voor reizigers die uit de richting van Las Vegas komen. Zabriskie Point wordt gekenmerkt door zijn pastelkleurige golvende duinlandschap.


Zelf gaan?

Een huurauto is onmisbaar in het Death Valley National Park. Er is wel een busservice die Yosemite met Las Vegas verbindt, maar die rijdt slechts twee keer per week in elke richting. Bovendien stopt die bus niet aan het Badwater Basin. Wij boekten een huurauto via Sunny Cars, onze favoriete partner voor autoverhuur wegens de all-inclusive formule, zonder gedoe of verborgen kosten. Wij haalden onze gloednieuwe Jeep Grand Cherokee op in de luchthaven van Los Angeles (bij Alamo) en reden via Palm Springs naar Death Valley (een rit van zo’n 5 uur, Palm Springs-Stovepipe Wells), om een dag later onze tocht naar Las Vegas (2-3 uur) verder te zetten. We kozen voor de tankregeling Full-Paid om gedoe aan de luchthaven, vlak voor vertrek, te vermijden. Bij deze regeling is 1 gratis tank brandstof bij de huurprijs inbegrepen. Je haalt de huurauto met volle tank op en je levert ‘m niet-afgetankt in.